Tafel tabellen

Bij grotere deelsommen is het onhandig om een rechthoekmodel te maken omdat je dan veel te veel hokjes zou moeten tekenen. Gelukkig kun je voor grotere deelsommen handig gebruikmaken van tafel- of vermenigvuldigingtabellen. Hieronder leggen we je uit hoe je zelf dit soort tabellen maakt.

Laten we beginnen met een makkelijke tafel: de tafel van 3. Je begint je tabel met 1 x 3 = 3 (je weet dat welk getal je ook neemt, als je iets 1 x doet, hou je altijd hetzelfde getal). Hierna schrijven we 2 x 3 op wat 6 is, als je goed kijkt zie je dat 6 het dubbele is van 3 (iets 2 x doen, is dus altijd verdubbelen). Vervolgens rekenen we 4 x 3 uit. 4 x 3 = 12, hoe weet je dat? Simpel je verdubbelt het antwoord wat je bij 2 x 3 hebt gegeven want 4 x 3 is het dubbele van 2 x 3 dus het antwoord van 2 x 3 is bij 4 x 3 ook het dubbele (iets 4 x doen, is dus altijd het dubbele van iets 2 x doen). We herhalen dit verdubbelen nog een keer door uit te rekenen wat 8 x 3 is. Aangezien 8 het dubbele is van 4, is 8 x 3 het dubbele van 4 x 3, dus het antwoord 12 van 4 x 3 gaan we ook verdubbelen. Nu weten we dat 8 x 3 = 24. Hier stoppen we met verdubbelen en gaan we verder met de nulregel. Om 10 x 3 uit te rekenen, hoeven we alleen te weten wat 1 x 3 is en dan zetten we achter dat antwoord een nul omdat we bij 10 x ook achter de 1 van 1 x een nul hebben gezet. 1 x 3 = 3 dus 10 x 3 = 30. Als laatste gaan we halveren om uit te kunnen rekenen wat 5 x 3 is want 5 is de helft van 10. We nemen het antwoord van 10 x 3 wat 30 was en nemen hier precies de helft van wat 15 is. 5 x 3 is dus 15. Onze tabel ziet er nu zo uit:

  • 1 x 3 = 3 (weetje)
  • 2 x 3 = 6 (verdubbelen)
  • 4 x 3 = 12 (verdubbelen)
  • 8 x 3 = 24 (verdubbelen)
  • 10 x 3 = 30 (nulregel)
  • 5 x 3 = 15 (halveren)

De rest van de tafel van 3 kun je makkelijk invullen door op te tellen of af te trekken in stapjes van 3. Wil je bijvoorbeeld weten wat 3 x 3 is dan neem je het antwoord van 2 x 3 en telt daar 3 bij op of je neemt het antwoord van 4 x 3 en trekt daar 3 vanaf.

De tafel van 3 was een simpel voorbeeld, maar je kunt vermenigvuldigingstabellen ook heel goed gebruiken bij lastigere en grotere getallen. Laten we dat eens doen voor het getal 59. Stel je moet een som als 215689 : 59 uitrekenen. Hiervoor ga je eert vlug je tabel opzetten. Je weet dat 1 x 59 = 59. 2 x 59 moet dan het dubbele zijn van het antwoord dat je bij 1 x 59 hebt gegeven. 2 x 59 is dan 118. 4 x 59 is hier weer het dubbele van, dus 4 x 59 = 236. 8 x 59 is hier weer het dubbele van, dus 8 x 59 = 472. 10 x 59 is hetzelfde als het antwoord van 1 x 59 maar dan met een nul erachter, dus 10 x 59 = 590. 5 x 59 is hier de helft van, dus 5 x 59 = 295. Onze tabel ziet er nu zo uit:

  • 1 x 59 = 59 (weetje)
  • 2 x 59 = 118 (verdubbelen)
  • 4 x 59 = 236 (verdubbelen)
  • 8 x 59 = 472 (verdubbelen)
  • 10 x 59 = 590 (nulregel)
  • 5 x 59 = 295 (halveren)

Probeer het nu zelf maar eens met andere getallen!